|
Tijdens
ons verblijf aan de Bodensee moesten wij bij terugkomst van
een fietstocht bij de overweg vlakbij de camping in Überlingen
wachten. Uit nieuwsgierigheid bekeken wij de rotswand
aan de overkant van de weg. Dit bleek de vroegere ingang van
een tunnelstelsel te zijn die tijdens de 2e wereldoorlog
werd gegraven.
Hieronder
volgt het verhaal wat zich daar in het verleden heeft
afgespeeld.
Op
28 april 1944 werd Friedrichshafen gebombardeerd, aangezien
daar wapenfabrieken zoals Luftschiffbau Zeppelin, Maybach
Motorenwerke, Dornier en Tandwielfabriek ZF gelegen waren,
die produceerden voor de oorlogsmachinerie
van het Derde Rijk. Het Rijksministerie voor Wapen- en
Oorlogsproductie in Berlijn verordende de onmiddellijke
„bomvrije“ onderbrenging van deze productie.

|
|
Ingang
concentratiekamptunnel Überlingen
Als
locatie werden de molasserotsen van Überlingen gekozen. Dit
zachte gesteente was relatief eenvoudig te bewerken en bood
door zijn fysische eigenschappen de optimale bescherming
tegen bommen en luchtaanvallen. Het bouwplan kreeg de
fantasienaam „Magnesiet“. Deze naam moest het doel van
de werkzaamheden zo veel mogelijk geheim houden. Als
werkkrachten werden gevangenen uit het concentratiekamp van
Dachau ingezet, die in de herfst van 1944 een eigen
concentratiekamp ten noordwesten van Überlingen bij het
dorpje Aufkirch moesten bouwen. In het concentratiekamp
waren gemiddeld 700-800 gevangenen, die in 7 maanden een
bijna 4 km lange tunnel in de molasserotsen aanlegden door
middel van explosieven.
Het afval werd in de Bodensee gestort, hierop werd later de
camping waarop wij verbleven gebouwd.
Nog
voordat het tunnelcomplex werd voltooid, bereikten de Franse
troepen in april 1945 de Bodensee. Er kon niet meer met de
productie van oorlogstuigen en wapenmateriaal in het complex
worden begonnen.Ongeveer 180 gevangenen overleefden de
inspanningen van het werk niet en stierven. 97 werden in
1946 op initiatief van de Fransen op het
concentratiekampkerkhof bij Birnau bijgezet, nadat ze meer
dan een jaar in een massagraf begraven waren. Een groot deel
daarvan stamt uit Italië en het voormalige Joegoslavië.
Hun namen zijn gedeeltelijk gekend. De “Vereinigung der
Verfolgten des Naziregimes” en de “Bund der
AntifaschistInnen” VVN-BdA Ravensburg verzorgt samen met
de plaatselijke vakbonden sedert decennia de herdenking van
de mensen, die in deze tunnel moesten werken of hier het
leven hebben gelaten. Ieder jaar organiseert de VVN-BdA op
het concentratiekampkerkhof in Birnau bij Überlingen een
herdenkingsplechtigheid. Al jarenlang nemen regelmatig ook
verzetstrijders en concentratiekampgevangenen uit Italië,
Slovenië en andere landen deel aan de
herdenkingsplechtigheid. Daardoor zijn internationale
vriendschapsrelaties ontstaan, maar ook een wederzijds
inzicht in de geschiedenis en in de omgang ermee vandaag.
Concentratiekampkerkhof
Birnau
VLUCHT
Door
de mensonwaardige omstandigheden waarin de concentratiekamp-
gevangenen in de tunnel werkten, was de gedachte om te
vluchten altijd aanwezig. Ondanks de zeer strenge bewaking
werden altijd opnieuw vluchtpogingen ondernomen. Van een
Russische gevangene wordt verteld dat hij na een mislukte
vluchtpoging ter afschrikking d.w.z. in aanwezigheid
van de medegevangenen door honden werd doodgebeten.
Slechts
twee gevangenen, de Oostenrijker Adam Puntschart en de Oekraïner
Wassiliy Sklarenko, slaagden erin om in de nacht van 21 op
22 maart 1945 naar Zwitserland te vluchten. Op hun vlucht
namen ze met niemand contact op. Ze meden straten uit vrees
te worden ontdekt. Ze sliepen in het bos en aten
uitgedroogde appels, die van de vorige herfst nog onder de
bomen lagen. Aangezien ze geen kaart hadden van de omgeving,
moesten ze zich oriënteren op de sterren en de bomen, die
aan de noordzijde meer begroeid zijn met mos. Na vijf dagen
en nachten bereikten ze ten slotte compleet uitgeput en
uitgehongerd de Zwitserse grens bij Schaffhausen. Men gaf
hen te eten en te drinken en ze kregen nieuwe kleding.
Puntschart moest worden opgenomen in
een
hospitaal, om te herstellen van zijn longontsteking.

Sklarenko kwam terecht in een doorgangskamp, waar drie weken
later ook Puntschart werd ondergebracht. Na nog eens drie
dagen scheidden hun wegen. Puntschart verbleef na het einde
van de oorlog eerst een tijdje bij inwoners van Überlingen,
die hem hebben geholpen. Sklarenko liet zich door de ook in
Zwitserland opduikende Sovjet-Russische repatriëringsofficieren
niet overhalen om terug te keren naar Oekraïne, maar zocht
op eigen houtje een eenheid van het Rode Leger op in de
Sovjet-Russische bezettingszone, waar hij nog twee jaar
militaire dienst doorliep en dus niet als bevrijde
gevangene, niet als „Displaced Person“ en niet als
collaborateur naar zijn geboortestreek in Oekraïne
terugkeerde, maar als reservist van het Rode Leger. Adam
Puntschart keerde eind 1945 terug naar zijn geboortestad
Graz, waar hij in 1988 op 74-jarige leeftijd overleed.
Wassiliy Sklarenko woonde sedert 1947 in een Oekraïens dorp
bij Kiev. Hij stierf in 2002.
www.stollen-ueberlingen.de
Kijk
hier
voor nog meer foto's
|
©
2004 De Oerknol
|